Jakas reklama 

 

Союз Советских Социалистических Республик
Sojoez Sovjetskich Sotsialistitsjeskich Respoeblik
 Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
 Wit-Russische Socialistische Sovjetrepubliek
 Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek
 Trans-Kaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
1922 — 1991
(Details) (Details)

Motto
Пролетарии всех стран, соединяйтесь!
Proletariërs aller landen, verenigt U!

Kaart


(1945-1990)

Algemene gegevens
Hoofdstad Moskou
Oppervlakte 22.402.200 km2 (1991)
Bevolking 293.047.571 (1991)
Talen Russisch (e.a.)
Religie(s) Geen, Russisch-orthodox, Georgisch-orthodox, Armeens-apostolisch, rooms-katholiek, Oekraïens-katholiek, Protestantisme, Islamitisch, Jodendom[1]
Nat. feestdag Oktoberrevolutie (7 November)
Volkslied De Internationale (1917-1944)
Gimn Sovjetskogo Sojoeza (1944-1991)
Munteenheid Roebel
Regering
Regeringsvorm Federale Sovjetrepubliek
Staatshoofd Voorzitter[2]
Legislatuur Opperste Sovjet,
Presidium van de Opperste Sovjet
Voorgaande en opvolgende staten
 Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
 Wit-Russische Socialistische Sovjetrepubliek
 Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek
 Trans-Kaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek

Rusland 
Wit-Rusland 
Oekraïne 
Moldavië (land) 
Georgië 
Armenië 
Azerbeidzjan 
Kazachstan 
Oezbekistan 
Turkmenistan 
Kirgizië 
Tadzjikistan 
Estland 
Letland 
Litouwen 

De Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR, Cyrillisch: СССР) (ook wel Sovjet-Unie, vertaald "Raden-Unie") was een socialistische staat in Europa en Azië en was in de Koude Oorlog een van de twee supermachten. De Sovjet-Unie had in haar hoogtijdagen een enorme invloed op mondiale schaal, met een grote ideologische invloed door het communisme en het grootste landleger en nucleaire arsenaal ter wereld. De Sovjet-Unie werd opgericht in 1922 na de Russische revolutie en het ineenstorten van het Russische Keizerrijk. Na onder andere economische malaise en onrust onder de verschillende bevolkingsgroepen werd zij in 1991 ontbonden en werden alle 15 republieken waaruit zij bestond onafhankelijke staten.

Inhoud

bewerk Republieken

De Sovjet-Unie bestond uit 15 republieken:

Een aantal van deze landen werd tijdens of na de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie ingelijfd.

Zie ook: Lijst van Sovjet-republieken

bewerk Ideologie

Het ideologische gedachtegoed dat de basis vormde van de binnen- en buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie en van het sociaal-economische systeem van het rijk, was het communisme. Het streven was via een geperfectioneerd socialisme een communistische heilstaat te worden.

De hoofdgedachte van het communisme is dat geld en goed (productiemiddelen) gemeenschappelijk eigendom moeten zijn, en dat van de opbrengst van arbeid ieder naar behoefte ontvangt (in tegenstelling tot het kapitalisme, waar niet naar behoefte maar naar prestatie wordt ontvangen). Deze ideologie is gebaseerd op de economische ideeën van Karl Marx en de filosofische ideeën van Friedrich Engels, het marxisme, aanvankelijk 'communisme' genoemd, naar eerdere karakteristieken in de Franse Revolutie. Deze term werd door de initiator van de Russische revolutie van oktober 1917, Vladimir Lenin, aangevuld met een politieke kant en opnieuw gebruikt, daarom werd deze omwenteling ook wel de 'communistische revolutie' genoemd. Lenin voerde een radicaal, revolutionair soort communisme in, officieel aangeduid als het marxisme-leninisme, waarin een essentiële rol is weggelegd voor de communistische partij als voorhoede van de arbeidersklasse, die regeert voor de arbeiders. Volgens Lenin waren de arbeiders namelijk niet in staat om zichzelf te regeren. Ter bescherming van de nieuwe sociale orde moest niet alleen politieke dissidenten de mond gesnoerd worden, ook alle vormen van godsdienstigheid, die slechts zouden dienen om het proletariaat af te houden van de klassenstrijd, werden onderdrukt. Een meerpartijenstelsel of fractievorming binnen de partij behoorde dan ook niet tot de mogelijkheden. Wanneer de communistische heilstaat gevestigd zou zijn, was de historische missie van de Sovjet-staat volbracht, zodat die kon afsterven.

Centraal in de Communistische ideologie waren twee filosofische concepten: het Dialectisch Materialisme en het Historisch Materialisme. Het Dialectisch Materialisme was de filosofische onderbouwing naar Friedrich Engels uit de 19e eeuw. Deze filosofie hield in dat de werkelijkheid los bestaat van onze waarneming, maar dat deze wel kenbaar is. De materie waar de werkelijkheid uit bestaat ontwikkeld echter van een eenvoudige naar een ingewikkelde vorm. Deze ontwikkeling geldt voor alles, niet alleen in de biologie (zoals in de evolutietheorie van Charles Darwin), maar ook in de maatschappij. Verder bestonden drie belangrijke wetten in de Communistische filosofie:

Het Historisch Materialisme had betrekking tot zaken zoals economie en de geschiedtheorie. Men zag de maatschappij en economie als gebaseerd op productie en de meerwaarde ten op zichte van de arbeider. Economische activiteit hing dus af van de productie, en niet van bijvoorbeeld vraag een aanbod, wat in kapitalistische theorie wordt aangenomen. Vanuit het Historisch Materialisme werd ook de klassenstrijd verklaard, namelijk als onvermijdelijke historische periode op de weg naar de communistische staat waar geen klasse en eigen bezit bestaat. Het kapitalisme, als onderdrukking van arbeiders door de bourgeoisie, zou altijd leiden tot een opstand door de arbeiders en de vorming van een communistische wereld. De Sovjet-Unie had als eerste en enige deze stap na het kapitalisme gemaakt, en was dus het meest ontwikkelde land ter wereld.

Tot 1990 was de Sovjet-Unie een socialistisch land, waarin slechts marginale aanpassingen van het systeem mogelijk waren, zoals Sovjet-president Michail Gorbatsjov ondervond, die vanaf 1985 een beleid van glasnost en perestrojka inzette; na de formele opheffing op 25 december 1991 is een vorm van kapitalisme ontstaan dat tot grotere tegenstellingen tussen arm en rijk heeft geleid dan in West-Europa[3]. De Russisch-orthodoxe kerk heeft sindsdien weer een belangrijke plaats in de samenleving gekregen. Deze kerk staat afwijzend tegenover proselitisme vanuit het Westerse christendom. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is door de Russische president Vladimir Poetin, die KGB-officier is geweest, omschreven als 'de grootste geopolitieke tragedie van de 20e eeuw'[4]

bewerk Verhoudingen met de rest van de wereld

Stalin (links) en Lenin (rechts)

In de tijd van Lenin en Trotski (tot 1924) leefde nog de gedachte dat de proletarische revolutie zich snel over de hele geïndustrialiseerde wereld zou verbreiden; vooral Duitsland werd hiervoor na de rampzalige Eerste Wereldoorlog vanaf 1918 rijp geacht, dankzij de stormachtige industriële ontwikkeling vanaf het midden van de 19e eeuw en het ontstaan van een zelfbewuste arbeidersklasse. Het was dan ook eigenlijk de bedoeling dat Berlijn en niet Moskou het centrum van het Communisme in Europa zou worden. Het Spartacus-oproer en de Münchense Radenrepubliek werden echter al snel neergeslagen. Ook in Hongarije en Slowakije werden arbeidersopstanden neergeslagen.

Door Stalin werd vervolgens het idee van 'socialisme in één land' gepropageerd; in de eerste boeren- en arbeidersstaat ter wereld moest eerst een solide machtsbasis worden opgebouwd, vanwaaruit het socialisme, respectievelijk communisme naar Sovjet-model zich zou kunnen verbreiden. In de jaren '30 richtte de Sovjet-Unie zich steeds meer naar binnen en werd de volgens Marxistische theorie onvermijdelijke revolutie slechts passief afgewacht.

Na de Russische revolutie van 1917 volgde een burgeroorlog tussen de Bolsjewieken en de Witten (of Tsaristen). In deze chaos wisten verschillende landen, zoals de Baltische staten, Polen en Finland zich onafhankelijk te maken van Rusland. Na de burgeroorlog was de Sovjet-Unie een diplomatiek geïsoleerd land. Met het Verdrag van Rapallo van 1922 was Duitsland, de tweede paria van na de Eerste Wereldoorlog, het eerste land dat de Sovjet-Unie erkende. In 1934 trad de Sovjet-Unie toe tot de Volkenbond. Na de machtsovername door Adolf Hitler, waren de verhoudingen met Nazi-Duitsland zeer gespannen en ook met de Europese grootmachten waren de verhoudingen slecht, in beide gevallen door ideologische verschillen. Stalin bleek zich echter weinig aan te trekken van de Communistische ideologie toen hij op 23 augustus 1939 met Nazi-Duitsland een niet-aanvalsverdrag sloot, het Molotov-Ribbentroppact. Hierbij verdeelden de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland Oost-Europa in invloedssferen. Gedekt door dit pact viel Duitsland 9 dagen later Polen binnen. De Sovjet-Unie viel op 17 september 1939 Polen binnen en lijfde het oosten van Polen in. Op 30 november 1939 werd Finland aangevallen en in juni 1940 werden de Baltische staten bezet en ingelijfd.

Op 22 juni 1941 verbrak Nazi-Duitsland het niet-aanvalsverdrag en viel de Sovjet-Unie aan. In de periode tot 1945 werden onvoorstelbare verwoestingen aangericht en kwamen minstens 20 miljoen Sovjet-burgers om het leven. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog had het Rode Leger de Duitse legers tot in Berlijn teruggedreven en heel Midden- en Oost-Europa bezet.

Na de Tweede Wereldoorlog werd langzaamaan aan de bezette landen het communisme opgelegd. Bovendien werden de Baltische staten en het Oosten van Polen opnieuw ingenomen en geannexeerd, ondanks de schijnbare illegaliteit van het oude Duits-Russische verdrag. Vanaf 1949 beschikte de Sovjet-Unie over de atoombom en ontwikkelde het zich tot een supermacht, die tegenover de kapitalistische supermacht, de Verenigde Staten stond. Daarnaast kreeg de Sovjet-Unie vanaf 1949 ook te maken met een communistische mogendheid in China, die te groot bleek om de rol van satellietstaat te kunnen spelen. Na falende diplomatie kwam het zelfs tot een breuk met China, en werd China een rivaliserende Communistische staat met eigen aanhang.

Ook buiten Oost-Europa steunde de Sovjet-Unie revolutionaire bewegingen. De belangrijkste landen waar dit speelde zijn Korea, Vietnam en Cuba.

Zie ook artikel Koude Oorlog

bewerk Staatsinrichting

Bestuurlijke indeling van de USSR in 1989

Volgens de grondwet van 1936 (gewijzigd in 1977 en 1988-1990) was de Sovjet-Unie een socialistische staat. (Iedere deelrepubliek bezat eveneens een eigen grondwet. Deze hadden eenzelfde strekking als die van de Unie.) De gehele staatsinrichting was in theorie democratisch opgebouwd, beslissingen werden namelijk in de sovjets ofwel volksraden genomen. Op het laagste niveau bestonden raden die beslisten over de gang van zaken in de flat of wijk over alledaagse problemen. Elke raad had een raad erboven: boven een wijkraad stond een gemeenteraad, boven een provinciale raad stond een landelijk raad. Het hogere partijorgaan had in principe altijd gelijk en kon niet worden tegengesproken door een lagere raad, dit is tevens het verschil met wat in het Westen tegenwoordig als "democratische" besluitvorming wordt bedoeld. Bovendien werden de voorzitters van een sovjet, de secretarissen, van bovenaf aangewezen en niet van onderaf gekozen. De hoogste raad of sovjet was de zogenoemde Opperste Sovjet van de Unie der Socialistische Sovjetrepublieken. Deze Opperste Sovjet bestond uit twee kamers, de Raad van de Nationaliteiten en de Raad van de Unie.

De Raad van de Nationaliteiten bestond uit vertegenwoordigers van de diverse deelrepublieken (SSR's), de autonome republieken (ASSR's), de oblasten en de krajs. De presidenten van de deelrepublieken hadden automatisch zitting in de Raad van de Nationaliteiten.

De Raad van de Unie, ook de Opperste Sovjet van de Unie, kwam gewoonlijk tweemaal per jaar bijeen. Tijdens het bewind van Michael Gorbatsjov waren de zittingen veel frequenter. De Raad van de Unie stelde de Raad van Ministers aan, het Hooggerechtshof en het Presidium van de Opperste Sovjet.

Omdat de Raad van de Unie maar twee keer per jaar bijeenkwam, was het Presidium van de Opperste Sovjet in feite de hoogste autoriteit. Het Presidium bestond uit de voorzitter (de president, het staatshoofd) van de Sovjet-Unie, de staatshoofden van de vijftien afzonderlijke deelrepublieken (vicevoorzitters van het presidium) en twintig gewone leden. Onder Gorbatsjov werd het ambt van president van de Sovjet-Unie ingevoerd. Gorbatsjov combineerde dit ambt met dat van secretaris-generaal van de CPSU en bezat hierdoor veel macht.

De door de Raad van de Unie gekozen Raad van Ministers was veel machtiger en werd voorgezeten door een premier (Voorzitter van de Raad van Ministers). De Raad van Ministers was gemachtigd per decreet te regeren.

De staatsinstellingen van de vijftien deelrepublieken en autonome republieken (respectievelijk de SSR's en ASSR's) leken zeer sterk op de federale instellingen.

bewerk Communistische Partij van de Sovjet-Unie

De werkelijke macht in de Sovjet-Unie lag evenwel bij de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU). Vanaf 1988 was het mogelijk om oppositiepartijen op te richten, maar de CPSU behield in feite tot de val van de USSR in 1991 de meeste macht.

Zie: Communistische Partij van de Sovjet-Unie

bewerk Belangrijke data en personen

Zie ook artikel Geschiedenis van de Sovjet-Unie

bewerk Historisch verloop

bewerk Secretarissen-generaal

De secretaris-generaal was de leider van de communistische partij en de leider van de Sovjet-Unie. De functie secretaris-generaal werd pas in 1922 op advies van Lenin in het leven geroepen. Stalin werd niet door Lenin voorgedragen als eerste secretaris-generaal, maar slaagde erin deze positie te bemachtigen door Lenins testament, waarin Stalin als gevaarlijk werd beschouwd, te laten verdwijnen.


bewerk Presidenten

Benamingen:
- tot 1936 voorzitter van het al-Russische Centrale Uitvoerende Comité.
- tot 1990 voorzitter van het Presidium van de Opperste Sovjet.
- vanaf 1990 president.

(1) vanaf 1989 niet meer voorzitter van het Presidium van de Opperste Sovjet maar voorzitter van de Opperste Sovjet

bewerk Premiers

Benamingen:
- tot 1946 voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen.
- vanaf 1946 voorzitter van de Raad van Ministers.

bewerk Overige politici

bewerk Dissidenten

bewerk Vroegere opbouw van SU-republieken

Staten binnen de Sovjet-Unie in 1922
Staten binnen de Sovjet-Unie in 1924
Staten binnen de Sovjet-Unie in 1940

bewerk Zie ook

bewerk Referenties

  1. ^ Alle religies waren in de Sovjet-Unie officieel verboden.
  2. ^ De macht was in handen van de Secretaris-Generaal
  3. ^ Laura Starink, Poetins staatskapitalisme zet rem op Ruslands groei, NRC Handelsblad, 28 september 2007.
  4. ^ Poetin betreurt einde Sovjet-Unie, NRC Handelsblad, voorpagina, 25 april 2005.



Komputery Gemini Homes for sale in southwest Florida Spalaj się! boys mp3